fiscalistenonline.nl: Hondenbelasting, niet voor de poes
Lees voor het aanmelden de voorwaarden.

Hondenbelasting, niet voor de poes

Goed nieuws voor de baasjes van trouwe viervoeters: Hof Den Bosch heeft beslist dat de hondenbelasting – onder omstandigheden – in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en hondenbezitters discrimineert door alleen aan hen een aanslag in de hondenbelasting op te leggen en niet aan ‘hondelozen’. De belastingverordening van de gemeente Sittard-Geleen werd onverbindend verklaard, de aanslag hondenbelasting vernietigd. 

VNG, de vereniging van Nederlandse gemeenten, vindt dat gemeenten gewoon hondenbelasting kunnen blijven heffen. VNG adviseert gemeenten wel om de kosten van het hondenbezit zichtbaar te maken op de gemeentelijke website.

Mevrouw Jacinta Terriër was de gelukkige bazin van een prachtige kortharige chihuahua. Toen de jaarlijkse aanslag hondenbelasting op de deurmat neerdwarrelde, voelde zij zich gediscrimineerd. Waarom kreeg zij wel zo’n aanslag, en de buren – met twee paarden in de wei, en een verzameling wilde katten – niet? Zij maakte bezwaar tegen die aanslag, en schreef haar discriminatiegevoel van zich af. Zonder succes, de heffingsambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen bleef wijselijk en vooral ambtelijk: hij wees het bezwaarschrift af.

Jacinta Terriër deed haar naam eer aan: zij ging hoger op, naar rechtbank Den Bosch. 
Toen die rechtbank haar bezwaar ook afwees tekende zij beroep aan bij Hof Den Bosch. Daar vond zij meer begrip voor haar standpunt.

Het Bossche Hof verdiepte zich in de rechtsgrond van de hondenbelasting. De conclusie was snel getrokken: de hondenbelasting dient uitsluitend om gemeentelijke inkomsten te verkrijgen. Het hof overwoog dat: “oorspronkelijk zeker een reguleringsgedachte aan de belasting ten grondslag heeft gelegen, maar dat standpunt is thans vrijwel verlaten. In feite betekent het houden van een hond dat er sprake is van een wijze van inkomensbesteding, in welk verband deze belasting als een verteringsbelasting kan worden aangemerkt.”. Het Hof typeerde de hondenbelasting als een heffing met een zuiver fiscaal doel, ‘zij het dat nog wel eens een relatie wordt gelegd tussen de heffing en de vervuiling van openbare wegen en plantsoenen door hondenpoep'.

Het Hof Den Bosch besliste dat het een gemeente vrijstaat om hondenbelasting te heffen als een bestemmingsheffing, of als een heffing ten gunste van de algemene middelen. 

Bij een bestemmingsheffing dient de opbrengst ter dekking of financiering van specifieke uitgaven door de gemeente waar de heffingsplichtigen profijt van kunnen hebben. Er is een verband tussen de heffing en het profijt daarvan voor degenen die de heffing moeten betalen Bij zo’n heffing bestaat er een objectieve en redelijke grond om alleen (honden-)belasting te heffen van houders van een of meer honden. 

Bij een heffing ter verkrijging van algemene middelen ligt dat anders. 
Volgens het Hof is er dan slechts een objectieve en redelijke grond voor het verschil in behandeling van hondenbezitters en niet-hondenbezitters als de kosten die de gemeente moet dragen vanwege het hondenbezit in de openbare ruimte van wezenlijke betekenis zijn voor het heffen van de hondenbelasting. Anders gezegd, als de hoogte van de hondenbelasting mede afgestemd is op de hondenkosten. 

De heffingsambtenaar van de gemeente Sittard-Geleen had ter zitting onomwonden verklaard dat de hondenbelasting gericht is op het verkrijgen van algemene middelen, en dat de kosten van het hondenbezit geen rol van betekenis hadden gespeeld bij het invoeren van de belasting. Dat betekende – zo besliste het Hof – dat er geen objectieve en redelijke grond is om deze belasting alleen van hondenbezitters te heffen. De heffing was in strijd met het gelijkheidsbeginsel, het hof verklaarde de verordening onverbindend en vernietigde de aanslag hondenbelasting

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) vindt dat gemeenten gewoon hondenbelasting kunnen blijven heffen, ondanks de uitspraak van Hof Den Bosch. De gemeente Sittard-Geleen heeft bekend gemaakt dat zij in cassatie gaat bij de Hoge Raad. Het gemeentebestuur vindt het onjuist dat de Brabantse rechter voorwaarden koppelt aan de besteding van een algemene belasting. De wetgever heeft een dergelijke eis nooit gesteld. 

De gemeente Sint-Michielsgestel in Brabant zal naar aanleiding van de Hofuitspraak voorlopig geen aanslagen hondenbelasting opleggen. 

De strijd om de hondenbelasting is nog niet gestreden.
Maar het begin is er. En… ‘komt men over de hond, dan komt men ook over de staart’. 

Bron:
Belastingbelangen

Eerder geplaatste artikelen

De werkkostenregeling: de vrije ruimte, een feest
De werkkostenregeling biedt u een vrije ruimte van 1,2% van de fiscale loonsom. Met die vrije ruimte kunt u ‘leuke dingen’ doen voor uw medewerkers. U kunt hen diverse vergoedingen en vers...
Lees meer...
Let op: nieuwe pensioenrichtleeftijd per 1-1-2018
Per 1 januari 2018 wordt de pensioenrichtleeftijd verhoogd van 67 naar 68 jaar. Werkgevers moeten daardoor depensioenregelingen van hun medewerkers – weer –aanpassen, nog dit jaar. Een v...
Lees meer...
Tarief vennootschapsbelasting omlaag
In het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ van de coalitie Rutte III wordt voorgesteld om het tarief van de vennootschapsbelasting stapsgewijs te verlagen van 25% naar 21%. Het tarie...
Lees meer...
Hier klikken