fiscalistenonline.nl: Verleggingsregeling, KOR en in- & uitlenen van personeel
Lees voor het aanmelden de voorwaarden.

Verleggingsregeling, KOR en in- & uitlenen van personeel

Inleiding

Om fraude met BTW tegen te gaan, geldt bij onderaanneming en uitlenen van personeel een speciale BTW-regeling: de verleggingsregeling. De verleggingsregeling geldt in bepaalde branches, namelijk in de bouw, de scheepsbouw, de metaalconstructie, de confectie-industrie en soms ook in de schoonmaakbranche.

 

Wat houdt de verleggingsregeling in?

De verleggingsregeling houdt in dat bij onderaanneming en uitlening van personeel de heffing van BTW wordt verlegd van degene die de prestatie verricht (de onderaannemer of de uitlener) naar degene die de prestatie afneemt (de aannemer of de inlener). De BTW die de onderaannemer of de uitlener is verschuldigd, wordt niet bij hem geheven maar bij de aannemer of de inlener. De onderaannemer of de uitlener mag geen BTW op de factuur zetten. De aannemer of de inlener van personeel is de BTW verschuldigd en moet de BTW op zijn aangifte vermelden. De BTW wordt op deze manier verlegd van de onderaannemer of uitlener naar de aannemer of inlener.

Als de verleggingsregeling van toepassing is, mag op de factuur van de leverancier geen bedrag aan BTW worden opgenomen. In plaats daarvan moet de factuur de aantekening 'BTW verlegd' bevatten. Verder moet op de factuur het BTW-identificatienummer van de afnemer worden vermeld.

Bijvoorbeeld: een elektricien werkt in opdracht van een aannemer. De elektricien stuurt een factuur naar de aannemer maar hij brengt geen BTW in rekening. Op de factuur vermeldt hij ‘BTW verlegd’. De aannemer is op dat moment BTW verschuldigd en vult de BTW in zijn eigen aangifte in. In dezelfde aangifte kan hij die BTW weer aftrekken als voorbelasting, net als de BTW die andere leveranciers hem in rekening hebben gebracht. Hierbij gelden de normale regels voor het aftrekken van voorbelasting. Het verleggen van BTW kan in een ‘keten’ plaatsvinden. Een onderaannemer kan ook zelf werk uitbesteden aan onderaannemers of personeel inlenen.

 

Wat wordt bedoeld met werkzaamheden van stoffelijke aard?

‘Werkzaamheden van stoffelijke aard” zijn in de eerste plaats werkzaamheden die betrekking hebben op onroerende zaken en schepen. Doorgaans is er sprake van een werk van stoffelijke aard als er een tastbaar product ontstaat. Maar ook de aard van de werkzaamheden en de positie van de daarbij betrokken partijen spelen een rol. Zo zijn de producties van in hoofdzaak persoonsgebonden arbeid van geestelijke of intellectuele aard, zoals de diensten van architecten, scheepsontwerpers en tekenaars, geen werkzaamheden van stoffelijke aard.
Werkzaamheden van stoffelijke aard zijn bijvoorbeeld:
- de aanleg van wegen (incl. het aanbrengen van bermbeveiliging);
- waterstaatswerken;
- bestratingen;
- het leggen van leidingen;
- grondbewerking;
- het onderhoud van huizen en gebouwen;
- het leggen van vloeren;
- het aanbrengen van dakbedekkingen;
- het afbreken of slopen van bouwwerken en schepen;
- herstelwerkzaamheden van allerlei aard;
- isolatiewerkzaamheden;
- loodgieterwerk;
- stukadoorswerk;
- de bouw van booreilanden.

Geen werkzaamheden van stoffelijke aard zijn bijvoorbeeld het bewaken van een bouwterrein of de zuivere verhuur van steiger- en bekistingmateriaal aangezien deze zijn gericht op de bouw van constructies van tijdelijke aard. Als deze prestaties echter worden verricht als onderdeel van een werk van stoffelijke aard dat door de onderaannemer wordt uitgevoerd, mogen zij niet worden afgesplitst. In dat geval is op het totaal de verleggingsregeling van toepassing. Als bijvoorbeeld de verhuurder van het steiger- of bekistingmateriaal deze materialen ook (telkens) aanbrengt/monteert, verricht hij een werk van stoffelijke aard.

Schoonmaakwerkzaamheden aan onroerende zaken en schepen gelden ook als werk van stoffelijke aard. Het werk van stoffelijke aard moet dan wel betrekking hebben op schoonmaakwerkzaamheden in het kader van de oplevering of verbouwing van de onroerende zaken of schepen. Het enkel schoonmaken van een onroerende zaak of van een schip valt niet onder verleggingsregeling.

De vervaardiging in de confectiesector - en elke daarop gerichte handeling - van kleding valt onder ‘werk van stoffelijke aard’. Het heeft betrekking op de volledige vervaardiging van kleding en op handelingen die op zich niet als vervaardiging kunnen worden aangemerkt, maar daar wel op zijn gericht. Hierbij valt te denken aan het knippen van stof en het aanzetten van knopen en andere fournituren. Maar ook het uit de grootverpakking halen van kleding, het prijzen en het op de kledinghangers hangen, valt ook onder vervaardiging.

 

Wanneer is er geen sprake van de verleggingsregeling?

De verleggingsregeling geldt niet als:
1. de onderaannemer zijn deel van het werk voor meer dan de helft uitvoert op de plaats waar zijn bedrijf is gevestigd;
2. het werk dat de onderaannemer verricht, ondergeschikt is aan de verkoop van een bestaande zaak.
Het is niet altijd duidelijk of de verleggingsregeling wel of niet van toepassing is. Het innemen van een verkeerd standpunt kan nare gevolgen hebben. Het is daarom belangrijk bij twijfel altijd het standpunt van de inspecteur na te vragen.

Als een onderaannemer of een uitlener de verleggingsregeling niet toepast terwijl dat wel had gemoeten dan stuur deze dus ten onrechte een factuur met BTW. Deze BTW moet dan toch worden afgedragen aan de Belastingdienst en deze BTW mag niet worden afgetrokken als voorbelasting. Echter als de onderaannemer of de uitlener de gefactureerde BTW heeft betaald aan de Belastingdienst wordt de aftrek in de meeste gevallen toch toegestaan. Als de onderaannemer of uitlener ten onrechte de gefactureerde BTW niet heeft betaald dan wordt de aftrek door de Belastingdienst niet toegestaan.

 

Kleine ondernemersregeling (KOR)

Ondernemers die weinig BTW hoeven af te dragen komen in aanmerking voor de kleineondernemersregeling. Ondernemers die te maken hebben met de verleggingsregeling geldt voor de berekening van de belastingvermindering voor kleine ondernemers het volgende:
- de onderaannemer en de uitlener van personeel moeten de BTW die is verlegd naar de aannemer meetellen alsof zij die BTW zelf hadden betaald;
- de aannemer en de inlener van personeel moeten de naar hen verlegde BTW niet meetellen.


In- en uitlenen van personeel; een verhaal apart
De uitlening van personeel is dus in de meeste gevallen belast met BTW. Een voordeel is dat bij het inhuren van uitzendkrachten van een uitzendbureau of het inlenen van personeel van een andere organisatie hoeft geen loonheffingen te worden betaald. Dit doet het uitzendbureau of de uitlenende ondernemer. De inlener krijgt wel te maken met een factuur van het uitzendbureau of de uitlenende onderneming voor de ingehuurde werknemers. De inlener kan hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van BTW door de ingehuurde werknemers.


Beperken aansprakelijkstelling door g-rekening of rechtstreekse storting bij Belastingdienst
Het risico op aansprakelijkstelling kan beperkt worden door gebruik te maken van een ‘g-rekening’. Een g-rekening is een geblokkeerde bankrekening waar slechts de Belastingdienst mee kan worden betaald. Het doel van deze rekening is te voorkomen dat uitleners afdracht van BTW ontduiken. De g-rekening brengt ook een beperking van aansprakelijkheid mee door op deze voorgeschreven wijze te storten. De inlener betaalt de uitlener voor de diensten van de uitgeleende werknemers, exclusief het vermoedelijk verschuldigde bedrag aan loonheffingen en BTW. Het vermoedelijk verschuldigde bedrag aan BTW wordt rechtstreeks op de g-rekening van de uitlener gestort. Als dit is gebeurt dan kan aan die storting een vermoeden van betaling worden ontleend. Er moet wel worden voldaan aan allerlei administratieve vastleggingen. Als de uitlener vervolgens geen afdracht van BTW doet aan de Belastingdienst dan wordt u voor dat bedrag niet aansprakelijk gesteld. Het is belangrijk om vooraf duidelijke afspraken te maken of en op welke wijze van de g-rekening gebruik wordt gemaakt.

De g-rekening kan door de uitlener worden geopend door het afsluiten van een ‘g-rekeningovereenkomst inlenersaansprakelijkheid’. Hierbij is als voorwaarde gesteld dat de uitlener (nagenoeg) uitsluitend tegen vergoeding uitleent. Bij de overeenkomst zijn 3 partijen betrokken:
- de uitlener;
- de bank waarbij de g-rekening wordt geopend;
- de Belastingdienst (en/of het UWV).

Naast bovenstaande optie kan ook gekozen worden om het verschuldigde bedrag aan BTW rechtstreeks te storten bij de Belastingdienst. Ook op deze manier kan het risico op aansprakelijkstelling worden beperkt.


Kosten voor gemene rekening
De uitlening van personeel is dus in de meeste gevallen belast met BTW. Met name als personeel wordt uitgeleend in de non-profitsector kan het doorbelasten van personeel met BTW tot ongewenst kostprijsverhogend effect leiden.

Om dit te voorkomen kan gebruik worden gemaakt van kosten voor gemene rekening. Ook hier moet goed aan de voorwaarden worden gedaan. De kosten moeten zonder winstopslag volgens een voorafgestelde verdeelsleutel worden omgeslagen over de betrokken partijen.

Een andere mogelijkheid kan zijn om het personeel op de loonlijst te plaatsen waar het thuis hoort of het aangaan van een fiscale eenheid.

 

Conclusie

De verleggingsregeling geldt bij onderaanneming en uitlenen van personeel. Dit om fraude met BTW tegen te gaan. De verleggingsregeling geldt in bepaalde branches, namelijk in de bouw, de scheepsbouw, de metaalconstructie, de confectie-industrie en soms ook in de schoonmaakbranche. Niet in alle gevallen is het altijd duidelijk of de verleggingsregeling wel of niet toegepast mag worden. Het verkeerd toepassen van de verleggingsregeling kan vervelende consequenties hebben. Belangrijk is dan ook om bij twijfel altijd het standpunt van de inspecteur na te vragen. Ondernemers die te maken hebben met de verleggingsregeling moeten voor het in aanmerking komen van de kleineondernemersregeling voldoen aan een aantal voorwaarden. Bij het uitlenen van personeel krijgt de inlener te maken met de aansprakelijkstelling voor de betaling van BTW door de ingehuurde werknemer. Deze aansprakelijkstelling kan men beperken door het openen van een ‘g-rekening’ van de uitlener of een rechtstreekse storting bij de Belastingdienst. Om het kostprijsverhogende effect van BTW te voorkomen kan men in sommige gevallen kiezen voor kosten voor gemene rekening.


Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven door mevrouw mr. C.W. (Carola) van Vilsteren. Meer informatie vindt u elders op deze site.

Eerder geplaatste artikelen

Geen btw-aftrek bij verkoop minderheidsbelang
Als een vennootschap een minderheidsbelang overdracht aan een derde, is er geen sprake van overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen. De btw die drukt op de kosten die ...
Lees meer...
BTW oninbare vorderingen apart terugvragen
Afgedragen BTW op facturen die oninbaar blijken te zijn, kunt u niet terugvragen bij de Belastingdienst door middel van de reguliere BTW-aangifte. U moet daarvoor een apart verzoek indienen bij uw lok...
Lees meer...
Geen btw-vrijstelling voor claims management
De toepassing van de vrijstelling voor (her)verzekeringsdiensten heeft grenzen. Volgens het hof valt het behandelen en afwikkelen van schadeclaims als tussenpersoon hier niet onder.Assurantiemakelaars...
Lees meer...
Hier klikken