fiscalistenonline.nl: Charles en Charles-Tijmens, nieuwe wetgeving en stand van zaken
Lees voor het aanmelden de voorwaarden.

Charles en Charles-Tijmens, nieuwe wetgeving en stand van zaken

Inleiding

Door de nieuwe wetswijziging met ingang van 1 januari 2007 is er het nodige veranderd op het gebied van de BTW. Deze wijzigingen hebben gevolgen voor de inrichting van de BTW-administratie en de eindejaarsaangifte. Tot 2007 was er geen wettelijke mogelijkheid om BTW te heffen of te corrigeren vanwege privé-gebruik van een ondernemingsgoed (met uitzondering van het BUA). Met ingang van 1 januari 2007 is dat privé-gebruik een belastbaar feit, indien voor dat gedeelte aftrek van voorbelasting is geclaimd. In dit artikel worden de consequenties van de nieuwe regeling nader beschreven.

 

Uitspraak Charles en Charles-Tijmens

De Hoge Raad heeft op 5 januari 2007 uitspraak gedaan in de zaak Charles en Charles-Tijmens. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de heer Charles en mevrouw Charles-Tijmens, ondanks het voorgenomen privé-gebruik, hun vakantiebungalow geheel voor hun onderneming mochten bestemmen en dus de BTW volledig in aftrek konden brengen. Zij kunnen zich rechtstreeks beroepen op de Zesde BTW-richtlijn (deze is per 1 januari 2007 vervallen en vervangen door de BTW-richtlijn). De Hoge Raad heeft in overeenstemming met het Europese Hof beslist dat de heer Charles en mevrouw Charles-Tijmens voor wat betreft de aftrek van BTW een beroep kunnen doen op de BTW-richtlijn, terwijl geen correctieheffing, met betrekking tot het privé-gebruik mogelijk is. Dit omdat in Nederland tot 1 januari 2007 de wet daartoe geen mogelijkheid bood.
De inspecteur heeft dus ten onrechte de aftrek van voorbelasting beperkt. De echtgenoten Charles en Charles-Tijmens hebben recht op volledige en onmiddellijke aftrek van voorbelasting over de vakantiebungalow zonder dat er een correctie privé-gebruik plaatsvindt.

 

Aanpassing Nederlandse wetgeving per 1 januari 2007

Volgens de tot 1 januari 2007 geldende regeling kon de BTW alleen in aftrek worden gebracht voor zover de uitgaven werden gedaan in het kader van de onderneming. Deze regeling bleek in strijd met de Europese regels.

Met ingang van 1 januari 2007 is dit derhalve veranderd. Een ondernemer heeft vanaf 1 januari 2007 recht op aftrek van BTW die hij heeft betaald bij aankoop van goederen en diensten, voor zover hij die goederen en diensten gebruikt voor belaste handelingen. Dit betekent naar de letter van de wet dat geen recht op aftrek van voorbelasting meer mogelijk zou zijn voor handelingen die niet leiden tot met BTW belaste handelingen, maar wel worden verricht in het kader van de onderneming.

Het recht op BTW-aftrek is sinds 1 januari 2007 ook gekoppeld aan het gebruik van de ingekochte goederen en diensten tegen een meer dan symbolische en op geld waardeerbare tegenprestatie (vergoeding). Er moet dus sprake zijn van een bezwarende titel. Gebruik van ingekochte goederen en diensten voor andere dan ondernemingsdoeleinden, zoals persoonlijke doeleinden, wordt vanaf 1 januari 2007 beschouwd als een fictieve met BTW te belasten dienst door de BTW-onderneming aan de privé-persoon. Doordat het privé-gebruik wordt aangemerkt als een belaste dienst ontstaat recht op aftrek van voorbelasting.

Wel moet u per 1 januari 2007 BTW afdragen over uw privé-gebruik waarmee het gat in onze wetgeving, dat door het Europese Hof en de Hoge Raad is erkend, is gedicht. In artikel 8, lid 3 en 7, Wet OB is de fictieve heffingsmaatstaf opgenomen voor de belastbare feiten. Het privé-gebruik van een tot het BTW-ondernemingsvermogen behorende woon-/werkpand valt hieronder.

 

Maatstaf van heffing

Het bedrag waarover aan het einde van het jaar BTW is verschuldigd wordt als volgt berekend: In de eerste plaats moet het totale bedrag worden bepaald van de gemaakte uitgaven voor dat goed in het kalenderjaar. Daartoe behoren:

1. de uitgaven (exclusief BTW) ter verwerving of vervaardiging van het goed; én,
2. de uitgaven (exclusief BTW) voor onder meer onderhoud en verbetering, maar ook verwarming en verlichting; én,
3. de uitgaven (exclusief BTW) in verband met het feitelijke (privé-)gebruik.

De onder 1 en 2 opgenomen uitgaven worden opgeteld en tijdsevenredig toegerekend aan het gebruik voor ondernemingsdoeleinden en voor ander gebruik, zoals persoonlijke doeleinden van de ondernemer of zijn personeel.

De tijdsevenredig toegerekende uitgaven ter verwerving of vervaardiging van onroerende zaken worden jaarlijks voor 10% meegenomen, die voor roerende zaken voor 20%. Deze laatste regels gelden ook voor later aan de roerende of onroerende zaak toegevoegde bestanddelen, voor zover die zijn geïntegreerd in die roerende of onroerende zaak.

Het aandeel privé-gebruik van een woning die zowel zakelijk als privé wordt gebruikt, wordt tijdsevenredig toegerekend aan het gebruik. Volgens de wetgever vastgesteld op de verhouding in dagen en niet als zodanig op de verhouding van de m² /m³-gebruik. Dit betekent dat in de teller het aantal dagen dat het investeringsgoed voor privé-doeleinden wordt gebruikt moet worden opgenomen, en in de noemer het totaal aantal gebruikte dagen. Indien het goed op een dag voor zowel privé - als zakelijke doeleinden wordt gebruikt, dient in de noemer beide dagen opgenomen te worden.

Ter verduidelijking: als we kijken naar een week met 7 dagen gebruik, waarvan 6 dagen gebruik voor zakelijke doeleinden is het privé-gebruik 7/13 (53,8%).

 

Voorbeeld

Een woning wordt zakelijk gebruikt. In de woning bevindt zich:
- werkkamer 16 m² (volledig zakelijk gebruik)
- woonkamer/keuken 30 m² (gemengd gebruik, klanten worden daar ontvangen)
- garage 20 m² (gemengd gebruik, zakelijke auto staat daar in)
- slaapkamer 18 m² (volledig privé-gebruik)
Totaal 84 m²

De investering bedraagt € 500.000, BTW € 95.000. Per jaar derhalve € 9.500. De kosten per m² zijn € 113,10.

De BTW kan in eerste instantie volledig worden verrekend, omdat in de werkkamer BTW belaste prestaties worden verricht. Aan het eind van het jaar dient BTW afgedragen te worden ter zake het privé-gebruik van de woning.
Stel de verhouding gebruikte dagen is 322/598 = 53,8% (6 dagen in de week zakelijk gebruik en 6 weken vakantie. Geen weekendjes weg).

Het privé-gebruik is dan:

100% x 18 m² (slaapkamer) x € 113,10 + 53,8% x 50 m² (garage + woonkamer) x € 113,10 = € 5.078,19.
Aan het eind van het jaar dient op de laatste aangifte derhalve € 5.078,19 te worden aangegeven.

Het is opmerkelijk dat de wetgever uitsluitend kijkt naar de dagen en dat de mate waarin het goed privé dan wel zakelijk wordt gebruikt, geheel géén rol speelt. Een ondernemer die een woning met een werkkamer aanschaft, zal de woning elke dag privé gebruiken, maar ook voor bedrijfsdoeleinden. Zo kan ook in het weekend het zakelijke gebruik worden verdedigd, omdat er bijvoorbeeld tot de onderneming behorende goederen worden opgeslagen. Dit betekent dat de ondernemer de BTW op de aanschaf van de woning in aftrek mag brengen en voor het privé-gebruik slechts in de heffing wordt betrokken voor grofweg 50% van de voor de woning gemaakte uitgaven. Ter verduidelijking het volgende voorbeeld.

Een woning heeft € 900.000 exclusief BTW gekost. De BTW van € 171.000 wordt vervolgens door de ondernemer in aftrek gebracht. Wanneer nu, op basis van het gebruik van de vierkante meters, elk jaar 80% van de woning voor privédoeleinden wordt gebruikt, dan vindt er tien jaar lang een heffing plaats over 1/10 van 80% van € 900.000. Jaarlijks komt dat neer op een privé-correctie van € 13.680. Na tien jaar is € 136.800 geheven. Dit bedrag komt overeen met 80% van de aanvankelijk in aftrek gebrachte BTW. De tijdsevenredige berekening leidt er echter toe dat 365/730, dus 50%, gecorrigeerd moet worden. Gedurende een periode van 10 jaar zal 19% BTW verschuldigd zijn over 1/10 van 50% van € 900.000. Jaarlijks komt dit neer op privé-correctie van € 8.550. Na tien jaar is € 85.500 geheven. Een aanzienlijk voordeligere uitkomst voor de ondernemer!

Dit lijkt een gunstige uitkomst, omdat normaal gesproken de werkkamer een veel kleiner deel zal uitmaken van de woning. Er zijn echter ook voorbeelden te bedenken waarin deze sleutel nadelig uitpakt. Een ondernemer die een loods gebruikt voor bedrijfsdoeleinden, maar in een hoekje van deze loods zijn privé-spullen stalt, wordt mogelijk geconfronteerd met de 50%-sleutel, terwijl een verdeling op basis van vierkante meters dan veel voordeliger zou uitkomen.

Elk jaar dient de rekensom opnieuw gemaakt te worden. Er zal een andere uitkomst zijn, indien het gemengd gebruik is gewijzigd, met andere woorden: indien er meer of minder dagen zakelijk dan wel privé-gebruik is.

De heffing van dit nieuwe belastbare feit (de fictieve dienst) vindt plaats aan het eind van het jaar, gedurende een periode van 10 jaar. De BTW is verschuldigd op de laatste dag van het kalenderjaar, waarin de diensten worden verricht. Dit moet in de aangifte waarin de maand december valt worden aangegeven. De eerste afdracht vindt daadwerkelijk pas plaats in januari 2008! De discussie met de belastingdienst over het aantal dagen privé-gebruik en zakelijk gebruik kan dus voor het eerst begin 2008 worden verwacht. Voor ondernemers met een gemend gebruikt goed dat zij geheel tot hun BTW-ondernemingsvermogen rekenen, is het zaak dat zij nu reeds zo goed mogelijk (het liefst schriftelijk) het feitelijke gebruik van dit goed bijhouden.

 

Conlusie

Met de wetswijziging heeft de wetgever het gaatje in de wet gedicht. Tot 1 januari 2007 kon u BTW-vrij wonen en vakantie houden, maar met ingang van 1 januari 2007 zal het privé-gebruik van een pand belast worden. Een BTW-ondernemer die zijn eigen woning mede gebruikt in het kader van zijn BTW-onderneming, heeft de mogelijkheid om zijn eigen woning uiteindelijk te etiketteren en de aanschaf-BTW geheel terug te vragen. Vervolgens moet de BTW-ondernemer gedurende tien jaar over het laatste aangiftetijdvak een correctie wegens privé-gebruik aangeven. De fysieke omvang van de werkruimte is niet van invloed op de omvang van deze correctie. Als binnen tien jaar na ingebruikname de omvang van het bedrijfsmatige gebruik wijzigt, wordt de jaarlijkse correctie herrekend.

Vanwege de impact van de BTW moet in een vroegtijdig stadium worden stilgestaan bij de keuzemogelijkheid voor toerekening aan privé-vermogen, aan ondernemingsvermogen of aan beide. Deze keuze moet namelijk tijdig kenbaar worden gemaakt en heeft voor u de nodige consequenties. Denk bijvoorbeeld aan de aangifte die u aan het einde van het jaar moet doen en de inrichting van de BTW-administratie. Wel is er nog steeds een (financierings)voordeel te behalen! Mocht u vragen hebben over deze nieuwe heffing, dan kunt u altijd contact met ons opnemen.

 

Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven door mevrouw mr. C.W. (Carola) van Vilsteren. Meer informatie vindt u elders op deze site.

Eerder geplaatste artikelen

Geen btw-aftrek bij verkoop minderheidsbelang
Als een vennootschap een minderheidsbelang overdracht aan een derde, is er geen sprake van overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen. De btw die drukt op de kosten die ...
Lees meer...
BTW oninbare vorderingen apart terugvragen
Afgedragen BTW op facturen die oninbaar blijken te zijn, kunt u niet terugvragen bij de Belastingdienst door middel van de reguliere BTW-aangifte. U moet daarvoor een apart verzoek indienen bij uw lok...
Lees meer...
Geen btw-vrijstelling voor claims management
De toepassing van de vrijstelling voor (her)verzekeringsdiensten heeft grenzen. Volgens het hof valt het behandelen en afwikkelen van schadeclaims als tussenpersoon hier niet onder.Assurantiemakelaars...
Lees meer...
Hier klikken