fiscalistenonline.nl: Is de directeur-grootaandeelhouder nog wel BTW-ondernemer?
Lees voor het aanmelden de voorwaarden.

Is de directeur-grootaandeelhouder nog wel BTW-ondernemer?

Het begrip ondernemerschap voor de BTW is erg ruim. Het is niet afhankelijk van de rechtsvorm of de vestigingsplaats van degene die leveringen of diensten verricht. Ook is niet van belang of iemand winst beoogt of maakt.

 

1. Wie is BTW-ondernemer?

Voor de BTW is ondernemer ieder die een bedrijf of beroep zelfstandig uitoefent. Een bedrijf of beroep is een organisatie van kapitaal en arbeid die erop is gericht om in een duurzaam streven door deelneming aan het economische verkeer behoeften te bevredigen.


Het begrip ieder
Het begrip ieder omvat niet alleen natuurlijke personen en rechtspersonen (BV, NV of een stichting), maar ook andere figuren zoals maatschappen, vennootschappen onder firma, en dergelijke. Ook een directeur-grootaandeelhouder kan als natuurlijke persoon een BTW-ondernemer zijn. De Hoge Raad heeft 26 april 2002 beslist dat een directeur die werkzaamheden verricht voor een BV waarvan hij meer dan de helft van de aandelen bezit, zelfstandig ondernemer is voor de BTW. Dat hij in loondienst is bij de BV maakt niet uit.


Wanneer is iemand zelfstandig?
Het vereiste van de zelfstandigheid houdt in de eerste plaats in dat over het algemeen degene die werkzaamheden in dienstbetrekking uitoefent niet als ondernemer kan worden aangemerkt. De eis van zelfstandigheid sluit van BTW-heffing uit loontrekkenden en andere personen, voorover die met hun werkgever een arbeidsovereenkomst zijn aangegaan of enige andere band hebben waaruit een verhouding van ondergeschiktheid ontstaat ten aanzien van de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden en de verantwoordelijkheden van de werkgever. Maar zoals reeds eerder aangegeven kan een directeur-grootaandeelhouder die formeel zijn werkzaamheden in dienstbetrekking uitoefent, toch aangemerkt worden als ondernemer voor de BTW. Dit komt omdat de dga die meer dan 50% van de aandelen bezit niet ondergeschikt is.

Dit betekent niet dat degene die werkzaamheden buiten dienstbetrekking verricht steeds als zelfstandig kan worden beschouwd. De vraag of werkzaamheden zelfstandig worden verricht moet aan de hand van de zich in elk concreet geval voordoende feiten en omstandigheden worden beoordeeld. Dergelijke feiten en omstandigheden kunnen onder meer zijn:

  • de aard van de werkzaamheden;
  • de omstandigheden waaronder de werkzaamheden worden verricht;
  • de duur van de verhouding tot de opdrachtgever;
  • het eventueel tegelijkertijd werken voor meer opdrachtgevers;
  • de eventuele verplichting, de werkzaamheden persoonlijk te verrichten;
  • het hebben van eigen personeel;
  • de vraag of de arbeid op bepaalde plaatsen en uren moet worden verricht;
  • de regeling bij ziekte en vakantie;
  • het gebruik van eigen bedrijfsmiddelen;
  • de mate van uitgeoefend toezicht;
  • het financiële risico dat de werker loopt;
  • het risico van arbeidsongeschiktheid;
  • de wijze waarop tegenover derden wordt opgetreden;
  • de aansprakelijkheid voor schade ten gevolge van de werkzaamheden.

 

Duurzaam streven
Duurzaam streven houdt in dat er geregeld aan het maatschappelijk verkeer moet worden deelgenomen. Iemand die incidenteel een prestatie verricht, oefent geen bedrijf uit. Duurzaam streven wil niet zeggen dat over een langere periode prestaties moeten worden verricht.

 

2. In welke situaties is de directeur-grootaandeelhouder BTW-ondernemer?

De staatssecretaris heeft in een tweetal besluiten aanwijzingen gegeven over de positie van de directeur-grootaandeelhouder. Volgens de staatssecretaris geldt het BTW-ondernemerschap alleen voor de werkzaamheden van een directeur-grootaandeelhouder in de vennootschap waarvan hij meer dan de helft van de aandelen bezit. Verricht een directeur-grootaandeelhouder werkzaamheden voor een BV waarin hij minder dan de helft van de aandelen bezit, dan kan er géén sprake zijn van een ondernemerschap, bijvoorbeeld een directeur-grootaandeelhouder, die zijn aandelen heeft ondergebracht in een stichting administratiekantoor. Bij de beoordeling of iemand meer dan de helft van de aandelen bezit, wordt uitsluitend gelet op de formele aandelenverhouding, zoals deze is neergelegd in het aandeelhoudersregister. Er is dus géén ondernemerschap als:
  • man en vrouw volgens het aandelenregister ieder 50% van de aandelen houden. Hierbij is niet van belang hoe ze getrouwd zijn.
  • de directeur-grootaandeelhouder niet meer dan de helft van de aandelen bezit, maar wel een meerderheid heeft in de zeggenschap van de BV.

 

3. Gevolgen directeur-grootaandeelhouder BTW-ondernemerschap

Als een directeur-grootaandeelhouder BTW-ondernemer is, heeft dit tot gevolg dat:
  • De directeur-grootaandeelhouder BTW moet berekenen over alle vergoedingen die hij van de BV ontvangt, dus ook over zijn bruto salaris en onkostenvergoedingen;
  • De directeur-grootaandeelhouder recht heeft op BTW-aftrek;
  • Er bij de directeur-grootaandeelhouder een administratieve lastenverzwaring optreedt, immers hij moet periodieke facturen uitreiken aan de BV, een BTW-administratie bijhouden, periodieke aangifte BTW verzorgen en BTW afdragen aan de belastingdienst;
  • De directeur-grootaandeelhouder bijvoorbeeld zijn woon-/werkpand of zijn auto tot zijn bedrijfsvermogen kan rekenen om zo een voordeel te behalen.

 

De administratieve rompslomp kan voorkomen worden door het aangaan van een fiscale eenheid BTW tussen de directeur-grootaandeelhouder en zijn BV. Als de BV van de directeur-grootaandeelhouder vrijgestelde prestaties verricht, is het raadzaam een fiscale eenheid aan te vragen, omdat anders de BTW die de directeur-grootaandeelhouder moet berekenen aan de BV niet door de BV in aftrek kan worden gebracht. Het nadeel van het aanvragen van een fiscale eenheid is dat de directeur-grootaandeelhouder hoofdelijk aansprakelijk wordt voor de BTW-schulden van de fiscale eenheid.

 

4. Wanneer maakt de directeur-grootaandeelhouder deel uit van de fiscale eenheid BTW?

In het geval een directeur-grootaandeelhouder als ondernemer moet worden aangemerkt of handelen alsof er een fiscale eenheid is, kunnen de volgende twee situaties van toepassing zijn:
  • de BV is ook ondernemer en de directeur-grootaandeelhouder en zijn BV kunnen samen een fiscale eenheid vormen;
  • de directeur en zijn BV kunnen geen fiscale eenheid vormen.

In geval de eerste situatie van toepassing is, moet de directeur-grootaandeelhouder zich bij de belastingdienst aanmelden als ondernemer. De directeur-grootaandeelhouder kan dan meteen verzoeken om met zijn BV als een fiscale eenheid te worden aangemerkt. In geval van een fiscale eenheid hoeft de directeur-grootaandeelhouder geen BTW te berekenen aan zijn BV.

Let op!
Bij een fiscale eenheid is de directeur-grootaandeelhouder hoofdelijk aansprakelijk voor de BTW-schulden van zijn fiscale eenheid.

In de tweede situatie kan de directeur-grootaandeelhouder geen fiscale eenheid vormen met zijn BV, omdat de BV bijvoorbeeld geen ondernemer is. De directeur-grootaandeelhouder kan de vrijstelling dus niet toepassen. In deze situaties geldt de volgende goedkeuring:
  • er mag worden gehandeld alsof er een fiscale eenheid bestaat tussen de directeur- grootaandeelhouder en zijn BV. De directeur-grootaandeelhouder hoeft dus geen BTW in rekening te brengen aan zijn BV.
  • de directeur-grootaandeelhouder hoeft zich niet als ondernemer bij de belastingdienst aan te melden;
  • de directeur-grootaandeelhouder is niet hoofdelijk aansprakelijk, zoals wel het geval is bij een fiscale eenheid;
  • er mag geen BTW worden afgetrokken op goederen en diensten die de directeur- grootaandeelhouder gebruikt voor werkzaamheden ten behoeve van zijn BV.

 

In de volgende situaties kan van de bovengenoemde goedkeuring gebruik gemaakt worden:

  • de directeur-grootaandeelhouder is in dienst van een BV, die samen met andere BV’s deel uitmaakt van een maatschap;
  • de directeur-grootaandeelhouder bezit in meerdere BV’s meer dan de helft van de aandelen, maar hij kan geen fiscale eenheid vormen, omdat er geen sprake is van een economische eenheid.

 

De directeur-grootaandeelhouder moet voor het eind van het jaar een keuze maken of hij een fiscale eenheid aanvraagt of zo handelt, gebruik maakt van de goedkeuring als geen fiscale eenheid aangevraagd kan worden of geen fiscale eenheid aanvraagt en zich aanmeldt als BTW-ondernemer.

 

5. Toekomst?

Naar aanleiding van een uitspraak van het Hof Amsterdam op 28 augustus 2006, is het nog maar de vraag of de directeur-grootaandeelhouder voor de BTW aan te merken blijft als ondernemer. Het volgende is het geval: een directeur-grootaandeelhouder vroeg een eigen BTW nummer aan, omdat hij geen fiscale eenheid voor de BTW wilde aangaan met zijn BV. De inspecteur bepaalt bij voor bezwaar vatbare beschikking echter, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 26 april 2002, dat hij de directeur-grootaandeelhouder en zijn BV wel als een fiscale eenheid aanmerkt.


Hof Amsterdam twijfelt echter op grond van een tweetal arresten van het Europese Hof of de activiteiten van de directeur-grootaandeelhouder wel economische activiteiten zijn en heeft de volgende prejudiciële vraag aan het Europese Hof gesteld: "Dient artikel 9, eerste lid, van de BTW-Richtlijn 2007 aldus te worden uitgelegd dat indien een natuurlijk persoon als enige activiteit heeft het feitelijk uitvoeren van alle werkzaamheden die voortvloeien uit de activiteiten van een besloten vennootschap waarvan hijzelf enig bestuurder, enig aandeelhouder en enig personeelslid is, deze werkzaamheden geen economische activiteiten zijn, omdat zij binnen het kader van het beheer en de vertegenwoordiging van de besloten vennootschap en derhalve niet in het economisch verkeer zijn verricht?"


Het Hof heeft de zaak geschorst totdat het Europese Hof deze vraag heeft beantwoord. Hierdoor bestaat er op dit moment twijfel of een directeur-grootaandeelhouder die enig aandeelhouder, enig bestuurder en enig personeelslid is van de BV en enkel werkt voor die BV, wel BTW-ondernemer is.


Als het Europese Hof beslist dat deze directeur-grootaandeelhouder géén BTW-ondernemer is, dan heeft dit vergaande gevolgen voor de BTW-positie van de directeur-grootaandeelhouders. De directeur-grootaandeelhouder kan dan de aan hem in rekening gebrachte BTW niet meer in aftrek brengen. Bovendien zal een mogelijke herziening plaatsvinden van eerder als BTW-ondernemer in aftrek gebrachte BTW op investeringsgoederen. Kortom: een dergelijke uitspraak zal verstrekkende gevolgen hebben!


Er zijn wel oplossingen denkbaar voor een directeur-grootaandeelhouder om toch als BTW-ondernemer aangemerkt te kunnen worden. De directeur-grootaandeelhouder moet zorgen dat hij niet de enige werknemer van de BV is. Ook kan de directeur-grootaandeelhouder facturen aan klanten sturen om zo aangemerkt te kunnen worden als BTW-ondernemer.

 

6. Conclusie

De directeur-grootaandeelhouder kan deel uitmaken van een fiscale eenheid zolang hij zelf is aan te merken als BTW-ondernemer. Het Hof Amsterdam heeft aan het Europese Hof van Justitie echter de vraag voorgelegd of een directeur-grootaandeelhouder die als enig aandeelhouder en bestuurder alleen werkzaamheden voor zijn eigen BV verricht, als ondernemer voor de BTW kan worden aangemerkt. De uitkomst van deze zaak kan een enorme impact hebben op de mogelijkheid van een fiscale eenheid BTW tussen de directeur-grootaandeelhouder en zijn BV. Het wachten is op de uitspraak!

 

Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven door mevrouw mr. C.W. (Carola) van Vilsteren. Meer informatie vindt u elders op deze site.

Eerder geplaatste artikelen

Geen btw-aftrek bij verkoop minderheidsbelang
Als een vennootschap een minderheidsbelang overdracht aan een derde, is er geen sprake van overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen. De btw die drukt op de kosten die ...
Lees meer...
BTW oninbare vorderingen apart terugvragen
Afgedragen BTW op facturen die oninbaar blijken te zijn, kunt u niet terugvragen bij de Belastingdienst door middel van de reguliere BTW-aangifte. U moet daarvoor een apart verzoek indienen bij uw lok...
Lees meer...
Geen btw-vrijstelling voor claims management
De toepassing van de vrijstelling voor (her)verzekeringsdiensten heeft grenzen. Volgens het hof valt het behandelen en afwikkelen van schadeclaims als tussenpersoon hier niet onder.Assurantiemakelaars...
Lees meer...
Hier klikken