fiscalistenonline.nl: BTW vrij wonen; wat zijn de mogelijkheden
Lees voor het aanmelden de voorwaarden.

BTW vrij wonen; wat zijn de mogelijkheden

Nederland heeft zijn eigen Seeling-arrest. Het Europese Hof van Justitie heeft op 14 juli een uitspraak gedaan in de zaak Charles en Charles-Tijmens, waarin de Hoge Raad aan het Europese Hof had gevraagd of het Nederlandse BTW-systeem verenigbaar is met de Zesde Richtlijn.

 

Het ging in die procedure om twee eigenaren van een vakantiehuisje, de heer Charles en mevrouw Charles-Tijmens, die dit Nederlands vakantiehuisje deels verhuurden en deels zelf gebruikten. Zij wilden dit vakantiehuisje geheel tot hun bedrijfsvermogen voor de BTW rekenen en dus de bij de aankoop van de vakantiewoning in rekening gebrachte BTW volledig in aftrek brengen. Naar hun opvatting zou op grond van de Zesde Richtlijn BTW moeten worden afgedragen over het privé-gebruik. Aangezien we in Nederland geen fictieve dienst kennen, zoals dat in het stelsel van de Zesde Richtlijn is opgenomen, konden zij BTW-vrij vakantie houden in hun vakantiehuisje. De inspecteur stond alleen aftrek toe voorzover het vakantiehuisje werd verhuurd (87,5%). Omdat het vakantiehuisje ook privé werd gebruikt, kon volgens de inspecteur niet alle BTW in aftrek worden gebracht. De Hoge Raad stelde vast dat de Nederlandse BTW-regeling verschilt van de Europese regeling. De Hoge Raad vroeg daarom aan het Europese Hof of de Nederlandse regeling wel verenigbaar is met de Europese regeling. Het antwoord van het Europese Hof is heel duidelijk. Het Europese Hof gaf het Duitse echtpaar Charles en Charles-Tijmens volledig gelijk. Volgens het Europese Hof kan de voorbelasting op een investeringsgoed dat tot het bedrijfsvermogen voor de BTW behoort, volledig in aftrek worden gebracht. Ook als dat goed privé wordt gebruikt. De Nederlandse regeling is dus in strijd met de Europese.

Gevolg van het arrest is dat een ondernemer natuurlijke persoon maar ook DGA’s die voor de BTW als ondernemer worden beschouwd, op bedrijfsmiddelen die zij zowel zakelijk als privé gebruiken, de BTW volledig mogen aftrekken. Dergelijke goederen mogen (gedeeltelijk) tot het bedrijfsvermogen worden gerekend. Daardoor wordt onder meer een kantoor aan huis goedkoper. In een woonhuis met kantoor/werkkamer kan BTW-vrij worden gewoond. Ook het inventaris wat zowel prive als zakelijk wordt gebruikt komt voor volledige aftrek in aanmerking.

 

Keuzevermogen


Voor de BTW kan een ondernemer natuurlijke persoon een keuze maken voor goederen die hij zowel zakelijk als privé gebruikt. Dit geldt dus voor een natuurlijke persoon die zijn onderneming drijft in de vorm van een eenmanszaak, vennootschap onder firma of maatschap maar ook voor een DGA die voor de BTW wordt aangemerkt als ondernemer. Met betrekking tot de tweede categorie brengen we in herinnering dat de Hoge Raad op 26 april 2002 een arrest heeft gewezen waarin is bepaald dat een dga onder bepaalde voorwaarden BTW ondernemer kan zijn. De voorwaarden zijn kort gezegd:
  • Een direct belang van meer dan 50% in een BV;
  • Waarvoor werkzaamheden worden verricht, en
  • Terzake waarvan loon wordt genoten.

Let op:
De keuze die voor de BTW wordt gemaakt, mag afwijken van de keuze voor de inkomstenbelasting. Als een DGA bijvoorbeeld zijn woning zowel zakelijk als privé gebruikt, kan hij het woon-werkpand voor de BTW tot zijn bedrijfsvermogen rekenen, terwijl hij voor de inkomstenbelasting de woning tot zijn privé-vermogen rekent.

 

Kiest een BTW ondernemer voor bedrijfsvermogen dan betekent dit dat het goed zich in de BTW sfeer bevindt.

 

Wanneer is de keuze voor bedrijfsvermogen gemaakt?


Volgens de staatssecretaris is van groot belang hoe de keuze voor bedrijfsvermogen, hetzij privé-vermogen kenbaar gemaakt wordt. De keuze voor de inkomstenbelasting en voor de BTW kan verschillend zijn en ook verschillend kenbaar gemaakt worden.
De keuze moet eveneens kenbaar gemaakt worden in de administratie. Hoe de keuze kenbaar moet worden gemaakt, heeft de staatssecretaris nog niet duidelijk gemaakt. Het is aan te raden het woon/werk voor de BTW ook te activeren op de bedrijfsbalans, in de jaarstukken van zijn onderneming op te nemen dat het woon/werkpand voor de BTW wordt geëtiketteerd als bedrijfsvermogen, op de facturen te vermelden dat deze betrekking hebben op het woon/werkpand dat behoord tot het bedrijfsvermogen en in het juiste tijdvak de voorbelasting te claimen. Kortom de ondernemer moet tijdig en duidelijk etiketteren om problemen achteraf te voorkomen. Overigens moeten alle facturen de juiste tenaamstelling hebben. Ook kan gesteld worden dat volgens de Nederlandse regeling recht op aftrek ontstaat op het moment van ingebruikname van de goederen. Hierover zullen opnieuw procedures gevoerd gaan worden omdat de staatssecretaris en de belastingdienst het hiervoor aangegeven standpunt innemen dat het recht op aftrek van voorbelasting ontstaat op het moment van aanschaf.

 

Zesde Richtlijn en de Wet op de omzetbelasting


Het privé-gebruik wordt volgens de Zesde Richtlijn aangemerkt als een (fictieve) dienst zolang het privé-gebruik duurt. In het stelsel van de Zesde Richtlijn kan een ondernemer ervoor kiezen een goed dat hij gemengd gebruikt (bijvoorbeeld een woon-bedrijfspand dat zowel voor belaste prestaties als voor privé wordt gebruikt) geheel tot zijn bedrijfsvermogen voor de BTW te rekenen. Hij kan dan alle voorbelasting op dat goed in aftrek brengen. Het privé-gebruik wordt vervolgens aangemerkt als een (fictieve) dienst zolang het privé-gebruik duurt. Wegens deze dienst moet de ondernemer BTW betalen over de voor het privé-gebruik gemaakte uitgaven.

Volgens de Nederlandse regeling voor privé-gebruik wordt op het moment dat goederen of diensten in gebruik worden genomen, de mate van aftrek van voorbelasting bepaald naar de verhouding tussen het gebruik in het kader van de onderneming en het privé-gebruik. Aan het eind van het jaar van ingebruikneming vindt een herrekening plaats op basis van de voor het hele jaar geldende gegevens. Hierna vindt geen herrekening of herziening van de voorbelasting meer plaats.

 

Nieuwe wetgeving op komst


De Nederlandse Belastingdienst gaf tot aan de uitspraak van het Europees Hof de BTW die betrekking heeft op het zakelijk deel terug, maar hield de BTW die betrekking heeft op het woongedeelte nog aan tot er meer duidelijkheid zou zijn. En die is er nu. Formeel moet alleen de Hoge Raad nog uitspraak doen. Het ministerie van Financiën laat weten zo snel mogelijk met nieuwe wetgeving te komen om ervoor te zorgen dat BTW ondernemersnatuurlijke personen op andere wijze alsnog BTW moeten betalen voor het privé deel van hun ‘gemengde’ bedrijfsmiddelen. Hoe deze regelgeving er uit zal gaan zien is nog niet bekend.

 

Commentaar


Dit arrest is van belang voor investeringen van ondernemers natuurlijke personen die zowel privé als zakelijk worden gebruikt en biedt voorlopig nog veel mogelijkheden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de bouw van een woning met kantoorruimte c.q. werkkamer of de bouw van een woon- winkelpand. Dergelijke investeringen die een ondernemer natuurlijke persoon (eenmanszaak/maat, vennoot) of een dga doet, behoren tot zijn keuzevermogen. Maakt hij de keuze om het investeringsgoed tot zijn bedrijfsvermogen te rekenen, dan mag hij alle BTW daarop ineens in aftrek brengen. Dit leidt tot een financieringsvoordeel. Dit arrest maakt voor de ondernemer natuurlijke persoon en de dga de weg vrij om BTW-vrij te wonen of vakantie te vieren. Het Europese Hof laat de mogelijkheid om het privé gebruik achteraf te corrigeren (zoals dat ook bij de auto van de zaak gebeurt) wel open. De staatssecretaris heeft inmiddels al wetswijzigingen aangekondigd om deze uitspraak te repareren. Toch valt er een BTW voordeel te behalen. Vooral bij de aanschaf van onroerende investeringsgoederen kan het bovenstaande tot een substantieel voordeel leiden. Immers,

  • de BTW op het investeringsgoed is aftrekbaar;
  • onroerende investeringsgoederen (bijvoorbeeld het woongedeelte van een woon/winkelpand) kunnen na circa 10 jaar zonder BTW-afdracht en zonder heffing van overdrachtsbelasting worden overgebracht naar het privé vermogen van de ondernemer.
  • indien de staatssecretaris onze wetgeving wijzigt en een BTW-belaste interne dienst introduceert, is de afdracht over het privé-gebruik van het onroerende investeringsgoed waarschijnlijk lager dan de aftrek van de BTW op de aanschafkosten. Bij onroerende investeringsgoederen kan na circa 10 jaar de BTW-afdracht zelfs stoppen als het investeringsgoed wordt overgebracht naar het privé-vermogen van de ondernemer. Let op alleen het privé-gebruik van het woon/werkpand zal gecorrigeerd worden niet het bedrijfsgedeelte.
  •  

Wel zijn er enkele punten waar aan gedacht moet worden. De ondernemer die mede voor privé-doeleinden gebruikte onroerende investeringsgoederen tot zijn bedrijfsvermogen rekent, is bij verkoop van de goederen binnen twee jaar, of overbrenging van de goederen naar privé binnen twee jaar, BTW verschuldigd over de volledige waarde. Bij verkoop of overbrenging binnen de tien jaar, zal in vrijwel alle gevallen een deel van de bij aanschaf afgetrokken BTW aan de belastingdienst worden terugbetaald. Dit is anders als geopteerd kan worden voor belaste levering. Daarvoor is de status, identiteit en gebruik van het pand van de koper van belang.

Stel de u verkoopt in 2012 uw woon/werk pand aan een niet BTW ondernemer. Het pand wordt dan verkocht zonder BTW en met overdrachtsbelasting. Voor de BTW wordt het woon/werkpand vanaf het jaar van ingebruikname en de daarop volgende negen jaren gevolgd. Dit noemen we de herzieningstermijn. Verkoop of overbrenging naar privé in de herzieningsperiode leidt tot BTW-consequenties. Als het woon/werkpand in november 2005 in gebruik wordt genomen dan wordt de woning gevolgd tot en met 2014. Als de woning op januari 2012 wordt verkocht, houdt dat in dat de aanschaf BTW terugbetaald moet worden voor de resterende 3 jaren (van 2012 tot en met 2014). Dit betekent dat slechts 30% van de in 2004/2005 in aftrek gebrachte BTW die betrekking heeft op de aankoop en bouw van het woon/werkpand terugbetaald moet worden aan de belastingdienst op basis van de herzieningsregels. Als het woon/werkpand pas in 2015 verkocht wordt dan hoeft geen BTW terugbetaald te worden omdat het pand dan uit de herzieningstermijn is. Overigens is de herzieningstermijn voor roerende zaken, zoals de inventaris van het woon/werkpand, maximaal 5 jaar.

Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven door mevrouw mr. C.W. (Carola) van Vilsteren. Meer informatie vindt u elders op deze site

Eerder geplaatste artikelen

Geen btw-aftrek bij verkoop minderheidsbelang
Als een vennootschap een minderheidsbelang overdracht aan een derde, is er geen sprake van overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen. De btw die drukt op de kosten die ...
Lees meer...
BTW oninbare vorderingen apart terugvragen
Afgedragen BTW op facturen die oninbaar blijken te zijn, kunt u niet terugvragen bij de Belastingdienst door middel van de reguliere BTW-aangifte. U moet daarvoor een apart verzoek indienen bij uw lok...
Lees meer...
Geen btw-vrijstelling voor claims management
De toepassing van de vrijstelling voor (her)verzekeringsdiensten heeft grenzen. Volgens het hof valt het behandelen en afwikkelen van schadeclaims als tussenpersoon hier niet onder.Assurantiemakelaars...
Lees meer...
Hier klikken