fiscalistenonline.nl: Belastingplan 2016: Bestrijding emigratielek DGA’s
Lees voor het aanmelden de voorwaarden.

Belastingplan 2016: Bestrijding emigratielek DGA’s

De wetgever wil fiscaal gedreven emigraties van aandeelhouders met een aanmerkelijk belang in een BV – veelal DGA’s van een BV – per direct onmogelijk maken. Het kabinet neemt maatregelen om de belastingclaim voor Nederland te behouden, en wel met onmiddellijke ingang: de nieuwe regeling gaat per direct in, met het bekend maken van het Belastingplan 2016.

Een directeur-grootaandeelhouder die Nederland metterwoon verlaat kan de aanmerkelijkbelang-claim op zijn aandelen in de BV van zich afschudden. De wet merkt de emigratie van een DGA aan als een belastbaar feit: hij wordt geacht zijn aanmerkelijkbelang-aandelen in de BV direct voorafgaand aan het tijdstip van emigratie te hebben vervreemd. Dat heeft tot gevolg dat de meerwaarde van de aandelen in de BV ten tijde van de emigratie bij de DGA in de belastingheffing wordt betrokken: de fiscus legt de emigrant een conserverende aanslag op van 25% van de waardeaangroei van de aanmerkelijkbelang-aandelen die is ontstaan in de binnenlandse periode. Voor die conserverende aanslag krijgt de DGA – op verzoek – 10 jaar lang uitstel van betaling. Na die 10-jaarstermijn wordt de conserverende aanslag op verzoek kwijtgescholden. Om voor dat uitstel van betaling en de opvolgende kwijtschelding in aanmerking te komen mag de DGA binnen de 10 jaar na emigratie zijn pakket aanmerkelijkbelang-aandelen niet verkopen, en niet 90% of meer van de winstreserves van de BV uitkeren (als de BV nog een onderneming drijft: in combinatie met het geheel of nagenoeg geheel staken van de bedrijfsactiviteiten). Deze afrekening bij emigratie dient een tweeledig doel, te weten:

het belasten van de waardeaangroei van de aanmerkelijkbelang-aandelen in de BV in de periode dat de aandeelhouder in Nederland woonde, én
het tegengaan van fiscaal gedreven emigraties.

In de praktijk blijkt – volgens Financiën – steeds vaker dat DGA’s emigreren (en hun BV ook naar het buitenland verplaatsen) en kort daarop net geen 90% – maar 89% – van de winstreserves in de BV als dividend uitkeren. De resterende 11% van die winstreserves wordt geïncasseerd door een dividenduitkering of verkoop van de aandelen direct nadat de 10-jaarstermijn is verstreken en de conserverende aanslag op verzoek is kwijtgescholden. Nederland loopt zo de aanmerkelijkbelang-heffing mis op de meerwaarde van de aandelen ten tijde van de emigratie. De DGA ‘verplaatst’ die heffing door een emigratie naar zijn nieuwe woonland, en dat kan een land zijn dat dergelijke inkomsten niet of slechts beperkt in de belastingheffing betrekt. De wetgever vindt dit ongewenst en treft hiertegen de volgende maatregelen:

de kwijtschelding van de conserverende aanslag na 10 jaar komt te vervallen; deze aanslag blijft in de tijd onbeperkt in stand;
iedere uitkering van winstreserves ná de emigratie leidt direct tot het – gedeeltelijk – intrekken van het uitstel van betaling van de conserverende aanslag die bij emigratie is vastgesteld;
de BV die ten minste 5 jaar in Nederland gevestigd is geweest en vervolgens naar het buitenland wordt verplaatst, wordt geacht nog steeds in Nederland te zijn gevestigd zolang de aan de DGA opgelegde conserverende aanslag niet volledig is voldaan. Door deze vestigingsplaatsfictie kan Nederland belasting blijven heffen over de dividenden die door de BV worden uitgekeerd na verplaatsing naar het buitenland.

Deze maatregelen gelden niet alleen bij emigratie van de DGA, maar ook in andere situaties waarin een conserverende aanslag wordt opgelegd terzake van aanmerkelijkbelang-aandelen, zoals bij schenking of vererving van aandelen aan een verkrijger die niet in Nederland woont.

Nederland stelt zich op het standpunt dat deze maatregelen niet in strijd zijn met de belastingverdragen die Nederland heeft afgesloten, en evenmin strijdig zijn met de goede verdragstrouw die tussen verdragspartners geldt. Het gaat hier om de belastingheffing over de waardeaangroei van de aanmerkelijkbelang-aandelen die ontstaan is in de periode dat de aandeelhouder inwoner van Nederland was. Het heffingsrecht over die waardeaangroei komt Nederland toe, en Nederland kan dat heffingsrecht ten volle effectueren onder belastingverdragen waarin een zogenaamd aanmerkelijkbelangvoorbehoud voor dividenden is opgenomen. Als de DGA emigreert naar een land waarmee Nederland in het belastingverdrag zo’n aanmerkelijkbelangvoorbehoud niet heeft opgenomen – zoals België – dan kan Nederland toch heffen omdat sprake is van het innen van een bij emigratie al bestaande belastingschuld. Dat brengt geen verschuiving teweeg in de verdeling van de heffingsrechten tussen de verdragstaten. Bron: Belastingbelangen

Eerder geplaatste artikelen

De werkkostenregeling: de vrije ruimte, een feest
De werkkostenregeling biedt u een vrije ruimte van 1,2% van de fiscale loonsom. Met die vrije ruimte kunt u ‘leuke dingen’ doen voor uw medewerkers. U kunt hen diverse vergoedingen en vers...
Lees meer...
Let op: nieuwe pensioenrichtleeftijd per 1-1-2018
Per 1 januari 2018 wordt de pensioenrichtleeftijd verhoogd van 67 naar 68 jaar. Werkgevers moeten daardoor depensioenregelingen van hun medewerkers – weer –aanpassen, nog dit jaar. Een v...
Lees meer...
Tarief vennootschapsbelasting omlaag
In het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ van de coalitie Rutte III wordt voorgesteld om het tarief van de vennootschapsbelasting stapsgewijs te verlagen van 25% naar 21%. Het tarie...
Lees meer...
Hier klikken