fiscalistenonline.nl: Geen opzegging van compromis over btw-tarief nodig na wetswijziging
Lees voor het aanmelden de voorwaarden.

Geen opzegging van compromis over btw-tarief nodig na wetswijziging

De fiscus hoeft bij een wetswijziging die leidt tot bijvoorbeeld een verschuiving van het lage naar het hoge btw-tarief een eerder gemaakte andersluidende afspraak niet op te zeggen. Dit bleek uit een zaak voor Rechtbank Arnhem. 

Is de aangifte op tijd ingediend en de btw betaald, maar komt de ondernemer er pas later achter dat de aangifte onjuist was? Dan kan hij bezwaar maken tegen zijn eigen aangifte en tegelijkertijd een verzoek indienen voor teruggaaf van teveel betaalde btw. De fiscus kan naar aanleiding hiervan een compromis sluiten met de ondernemer. In de zaak voor Rechtbank Arnhem had een exploitant van een uitgaansgelegenheid ook een compromis gesloten met de fiscus. Dit compromis hield onder meer in dat 75 procent van de inkomsten uit entree- en garderobegelden tegen het verlaagde tarief en 25 procent tegen het normale tarief werden belast. 

Wetswijziging 
Per 1 juli 2011 vond echter een wetswijziging plaats waardoor het verlenen van toegang tot muziekuitvoeringen niet meer onder het lager tarief (6%) viel, maar onder het normale tarief (19%). De bv meende dat het verlaagde tarief nog steeds van toepassing was op 75 procent van de ontvangsten van entree- en garderobegelden, nu de inspecteur de afspraak niet had opgezegd. De inspecteur was het daar niet mee eens en de rechtbank kon zich ook daarin vinden. 

Niet gebonden aan compromis
Volgens de rechtbank was de inspecteur namelijk niet verplicht om de eerder gemaakte andersluidende afspraak op te zeggen. Bovendien kon de bv aan het gesloten compromis dan ook niet het vertrouwen ontlenen dat die afspraak ook voor tijdvakken vanaf 1 juli 2011 nog zou gelden. De rechter wees de bv op het feit dat het gesloten compromis geen (begunstigende) afspraak inhield over het tarief dat gold voor het verlenen van toegang tot muziekuitvoeringen. De afspraak zag namelijk alleen op de wijze waarop de entree- en garderobeopbrengsten aan de verschillende prestaties van de bv moesten worden toegerekend. 

Wet:
artikel 9 Wet OB 1968

Bron: Taxence, van Rechtbank Arnhem, 19 juni 2012,
LJN: BW8439
, AWB11/4264

 

Eerder geplaatste artikelen

Geen FE tussen zusterbv’s is discriminatie
Het vormen van een fiscale eenheid (FE) tussen Nederlandse zustermaatschappijen is toegestaan, ook als de moedermaatschappij niet in de Europese Unie is gevestigd. De zustermaatschappijen mogen niet w...
Lees meer...
Belangrijkste wijzigingen belastingen 2016
Op 22 december 2015 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2016. Dat betekent dat de belastingtarieven wijzigen per 1 januari. In het eindejaarsbericht van het ministerie van Financi&eu...
Lees meer...
Vermogensetikettering: privé- of bedrijfsvermogen?
De ondernemer die een pand koopt en dat voor zakelijke én privédoeleinden gaat gebruiken, moet de regels van de vermogensetikettering op dat pand toepassen. Centrale vraag daarbij is o...
Lees meer...
Hier klikken