fiscalistenonline.nl: Stichtingen BTW
Lees voor het aanmelden de voorwaarden.

Stichtingen BTW

Geschreven door Carola van Vilsteren.

Stichtingen & BTW
De Belastingdienst gaat dit jaar op zoek naar de niet bij de Belastingdienst bekende stichtingen om te checken of ze terecht geen BTW-aangifte doen. Nederland telt 480.000 stichtingen en daarvan zijn er maar 80.000 bekend bij de Belastingdienst. Terecht? Dit gaat de Belastingdienst dit jaar uitzoeken. In februari 2010 heeft de Belastingdienst vragenformulieren verzonden aan veel stichtingen en verenigingen.

Ondernemer voor de BTW
Een stichting moet BTW-aangifte doen als de stichting een prestatie verricht in het economische verkeer en hiervoor een vergoeding ontvangt. De stichting is in dit geval een ondernemer voor de BTW. Het is hierbij niet van belang dat de stichting niet naar winst streeft.  Indien een stichting ondernemer is voor de BTW dan moet de stichting zich aanmelden bij de Belastingdienst en BTW-aangifte doen.


Een stichting ontplooit echter veel activiteiten die niet of slechts zijdelings plaatsvinden in het economische verkeer. Denk hierbij aan politieke partijen, sport- en liefdadigheidsstichtingen, stichtingen voor jeugdwerk en buurthuizen. Meestal zijn de activiteiten gericht op de leden of deelnemers. De activiteiten kunnen ook gericht zijn op derden zoals het verlenen van toegang tot een wedstrijd of evenement, het geven van demonstraties of het houden van tentoonstellingen. Of hierbij sprake is van een commerciële opzet en of dat vrijwilligers wordt ingezet, speelt hierbij geen rol. Het ondernemerschap van de stichting moet worden getoetst aan de gewone maatstaven.

In het algemeen zullen stichtingen die tegen een vergoeding in welke vorm dan ook prestaties verrichten, ondernemer  zijn. Dit wil echter niet zeggen dat zij altijd BTW moeten afdragen via de BTW-aangifte. Het is ook mogelijk dat de stichting de BTW die hen in rekening wordt gebracht, terugvraagt via de BTW-aangifte. In veel gevallen zijn de hoofdactiviteiten van dergelijke stichtingen echter vrijgesteld van BTW. Indien de stichting beneden bepaalde omzetgrenzen blijft, kunnen nevenactiviteiten in dat geval ook onder een vrijstelling vallen. Voor niet-commerciële stichtingen die zich uitsluitend bezighouden met fondswerving, kan er eveneens een vrijstelling gelden. Een stichting hoeft geen BTW af te dragen over de ontvangen vergoedingen als deze vrijgestelde prestaties verricht. Ook kan zij geen BTW in aftrek brengen. Een stichting hoeft geen BTW-aangifte te doen als de prestaties die de stichting verricht vrijgesteld zijn van BTW.

Valkuil
In veel gevallen beoordelen stichtingen bij de oprichting of zij BTW belaste of vrijgestelde prestaties verrichten. Daarna meestal niet meer. Terwijl een stichting in de loop der jaren steeds meer andere activiteiten gaan ontplooien. Hierbij wordt echter verzuimd te controleren of dit een BTW belaste of vrijgestelde prestaties is. De stichting laat de activiteiten gewoon meelopen in de vrijstelling. Dit is een valkuil voor veel stichtingen!

Als een stichting in concurrentie treedt met een reguliere ondernemer is in sommige gevallen de vrijstelling niet meer van toepassing. Hierdoor moet over de ontvangen vergoedingen BTW worden afgedragen. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan een ontvangen subsidie. Soms realiseert het stichtingsbestuur zich dit te laat en wordt pas met deze materie geconfronteerd als de Belastingdienst een boekenonderzoek uitvoert. En dan is het vaak te laat. De Belastingdienst kan in het slechtste geval een naheffingsaanslag eventueel vermeerderd met heffingsrente en boete opleggen.

Om verrassingen te voorkomen is het goed om zo nu en dan de fiscale positie van een stichting eens goed tegen het licht te houden.
 
Wel of geen vrijstelling
Bij grote investeringen is het voor een stichting interessant om BTW-ondernemer te zijn en BTW belaste prestaties te verrichten. Dit is ook het geval wanneer een stichting ten aanzien van de prestaties van de stichting 6% BTW in rekening moet worden gebracht, terwijl de leveranciers 19% BTW in rekening brengen. Dit zien we met name bij exploitatiestichting bij sportaccommodaties. Wanneer een stichting kiest voor “gelegenheid geven tot sportbeoefening” dat belast is met BTW in plaats van verhuur zonder BTW kan een stichting een groot financieel voordeel behalen. De stichting moet dan wel BTW-plichtig worden en dat heeft uiteraard impact op de administratie van de stichtingen. Ondanks dit voordeel blijkt in de praktijk dat veel stichtingbestuurders zich liever niet met de BTW bezighouden.

BTW-vrijstelling
BTW-vrijstellingen zijn veel in de wet te vinden. Voorbeelden zijn: het verzorgen en verplegen van in een inrichting opgenomen personen, de gezondheidskundige verzorging van de mens, leveringen en diensten in de sociaal-culturele sector, onderwijsdiensten, jeugdwerk, diensten door sportverenigingen en verhuur van onroerende zaken. Voor sommige vrijstellingen zoals de vrijstelling voor sociaal-culturele diensten gelden een aantal voorwaarden. De belangrijkste voorwaarde voor toepassing van de vrijstelling is dat er geen sprake mag zijn van winststreven of concurrentie met anderen.
Vrijstellingen waarmee stichtingen te maken krijgen zijn fondswerving en Stichting vrienden van … Hieronder zullen deze kort worden toegelicht.

Fondswerving
Veel stichtingen zijn in de praktijk voor de hoofdactiviteiten vrijgesteld van BTW maar de nevenactiviteiten vallen dan vaak niet onder de vrijstelling. Voor fondsverwerving bestaat wel een vrijstelling waardoor, als de nevenactiviteiten niet te grote vormen aannemen, deze toch vrijgesteld kunnen blijven van BTW. Het moet gaan om fondswervende activiteiten ten behoeve van de primaire activiteiten van de stichting. Bij de vrijstelling voor fondsenwerving wordt onderscheid gemaakt tussen leveringen en diensten omdat er drempel bedragen bestaan. Er is geen BTW over de leveringen verschuldigd als de opbrengst niet meer bedraagt dan € 68.067 per jaar. Voor carnavalsverenigingen geldt dat de totale omzet niet meer mag zijn dan € 22 689 per jaar.

Er is geen BTW verschuldigd over de diensten als de opbrengst niet hoger is dan
€ 22.689 per jaar. Voor sportverenigingen geldt een drempelbedrag van € 31.765 per jaar voor diensten in het kader van fondsenwerving.

Giften, donaties en contributies tellen voor het bepalen of de leveringen of de diensten onder de drempelbedragen blijven niet mee. Ook opbrengsten in het kader van Lotto, Toto en de Grote Clubactie tellen niet mee.

De fondsverwingsvrijstelling voor leveringen en diensten bestaan naast elkaar. Het kan zijn dat een stichting voor de diensten boven de drempel komt maar voor de leveringen er onder blijft dan zijn de leveringen nog steeds vrijgesteld van BTW. Het is daarom handig dit onderscheid tussen leveringen en diensten te maken in de administratie.

Niet alle neveninkomsten kunnen onder de vrijstelling voor fondswerving vallen.  Hierbij gaat het niet meer om fondswervende activiteiten ten behoeve van de primaire activiteiten van de stichting. Belast met btw is bijvoorbeeld Het verlenen van toegang tot en het verstrekken van spijzen en dranken tijdens “grotere” evenementen is bijvoorbeeld belast met BTW.

Het uitlenen of detacheren van personeel wordt eveneens niet als een fondswervende dienst aangemerkt.
De stichting zal dan ook BTW over de opbrengst moeten afdragen aan de Belastingdienst. Wel kan de stichting de inkoop BTW in aftrek brengen. 

Het is ook mogelijk dat fondsenwervende activiteiten de hoofdactiviteit van een stichting zijn zoals bij een stichting vrienden van……. Dergelijke fondsenwervende activiteiten zijn vrijgesteld van BTW als de verkoop van goederen en/of het verrichten van diensten:
1. op het publiek is gericht;
2. niet doorlopend of langdurig is;
3. bedoeld is om gelden te verwerven om een specifieke, van de btw vrijgestelde of niet-belaste, activiteit op sociaal, cultureel, recreatief of sportief terrein te financieren;
4. onder zodanige omstandigheden plaats vindt dat het publiek zich er van bewust is dat de opbrengst bestemd is voor het bedoelde doel.

Tevens geldt als voorwaarde dat de stichting geen BTW in aftrek mag brengen. Ook moet de begunstigde stichting voor het verrichten van de fondsenwervende leveringen of diensten een vrijstelling kunnen toepassen. Deze laatste voorwaarde heeft tot gevolg dat de fondsenwervende stichting geen gebruik kan maken van de vrijstelling als de begunstigde stichting zelf de vrijstelling voor fondswerving al volledig heeft benut. Hiermee wordt voorkomen dat meerdere malen van de fondsverwingsvrijstelling gebruik gemaakt kan worden.

Conclusie
Het blijft een moeilijk verhaal BTW en stichtingen. Er zijn veel uitzonderingen op dit gebied en in de praktijk blijkt dat bestuurders van stichtingen in eerste instantie niet eraan denken dat ook stichtingen te maken krijgen met belastingen zoals de BTW. Aangezien de Belastingdienst dit jaar extra gaat controleren middels vragenbrieven, is het verstandig om de fiscale positie van een stichting eens goed tegen het licht te houden. Mocht de Belastingdienst een onderzoek uitvoeren dan zal zij natuurlijk ook kijken of de stichting te maken heeft met andere belastingen zoals loonheffingen en schenkingsrecht. In dit artikel is alleen aandacht besteed aan de BTW-aangifte en BTW-afdracht.

Eerder geplaatste artikelen

Geen btw-aftrek bij verkoop minderheidsbelang
Als een vennootschap een minderheidsbelang overdracht aan een derde, is er geen sprake van overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen. De btw die drukt op de kosten die ...
Lees meer...
BTW oninbare vorderingen apart terugvragen
Afgedragen BTW op facturen die oninbaar blijken te zijn, kunt u niet terugvragen bij de Belastingdienst door middel van de reguliere BTW-aangifte. U moet daarvoor een apart verzoek indienen bij uw lok...
Lees meer...
Geen btw-vrijstelling voor claims management
De toepassing van de vrijstelling voor (her)verzekeringsdiensten heeft grenzen. Volgens het hof valt het behandelen en afwikkelen van schadeclaims als tussenpersoon hier niet onder.Assurantiemakelaars...
Lees meer...
Hier klikken